ECLI:NL:HR:2006:AY9638, Hoge Raad, 21-11-2006, 02827/05 B en 03210/05 B

Hoge Raad · 21 november 2006

Bron
Hoge Raad
Datum
21 november 2006
ECLI
ECLI:NL:HR:2006:AY9638

Samenvatting (officiële bron)

Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van omgekatte auto die ex art. 94 Sv onder belanghebbende (autobedrijf) in beslag is genomen t.z.v. verdenking van overtreding van art. 219 Sr. Kon Rb oordelen dat onder belanghebbende inbeslaggenomen auto een voorwerp is van zodanige aard dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang? Oordeel Rb dat inbeslaggenomen auto een voorwerp is van zodanige aard dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang, met name voorkomen en tegengaan van handel in omgekatte auto's, is zonder nadere motivering (die ontbreekt) niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat bij behandeling in raadkamer namens andere belanghebbende (verzekeringsmaatschappij) is aangevoerd dat naar in branche gebruikelijk is na keuring weer oorspronkelijk VIN-nummer op voertuig kan worden aangebracht. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (vraag of zowel autobedrijf als verzekeringsmaatschappij kan worden aangemerkt als belanghebbende a.b.i. art. 552f Sv).

Volledige tekst van de uitspraak

21 november 2006

Strafkamer

nr. 02827/05 B en

03210/05 B

AGJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op beroepen in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Rotterdam van 11 februari 2005, nummer RK 05/96, gegeven op een vordering als bedoeld in artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering, ingesteld door de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid:

[belanghebbende 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] en [belanghebbende 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] .

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft de vordering van de Officier van Justitie toegewezen en de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen auto gelast.

2. Geding in cassatie

De beroepen zijn ingesteld door de belanghebbenden.

Namens [belanghebbende 1] B.V. heeft mr. H.A. Bravenboer, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. Namens [belanghebbende 2] B.V. heeft mr. P.T.C. van Kampen, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing of verwijzing van de zaak, opdat de zaak op de bestaande vordering tot onttrekking aan het verkeer opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

3. Beoordeling van het namens [belanghebbende 1] B.V. onderscheidenlijk [belanghebbende 2] B.V. voorgestelde middel

3.1. Beide middelen behelzen de klacht dat de Rechtbank ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de onder [belanghebbende 1] B.V. inbeslaggenomen auto een voorwerp is van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, en de vordering tot onttrekking aan het verkeer heeft toegewezen.

3.2. Het proces-verbaal van de openbare behandeling in raadkamer houdt - voor zover hier van belang - het volgende in:

"Na uitroeping van de zaak is verschenen [betrokkene 1] , gevolmachtigde namens [belanghebbende 1] B.V en [betrokkene 2] , gevolmachtigde namens [belanghebbende 2] , belanghebbende.

[betrokkene 2] verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt:

Ik treed in dezen op als vertegenwoordiger van de verzekeringsmaatschappij die in rechte de eigendom heeft verworven van de in deze procedure aan de orde zijnde in beslag genomen personenauto, te weten de: Micro Compact Smart, kleur rood, [kenteken 1] . Ik ben hoofd van de afdeling speciale zaken. Ik leg over een brief d.d. 2 november 2004 gericht aan [belanghebbende 2] , afdeling diefstal te [vestigingsplaats] en afkomstig van [A] B.V. te [plaats] . In 2003 is vermelde personenauto, alstoen voorzien van het kenteken [kenteken 2] gestolen. Op grond van die diefstal is een schadeclaim ingediend en heeft een financiële schadevergoeding plaatsgevonden.

De officier van justitie verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt:

Het aan de auto uitgevoerde technische onderzoek heeft uitgewezen dat de auto is omgekat. Indien die situatie wordt vastgesteld vordert het openbaar ministerie onttrekking aan het verkeer van de omgekatte auto. Het bezit van een omgekatte auto is in strijd met het algemeen belang.

[betrokkene 2] verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt:

Gedurende de 20 jaren waarin ik actief ben geweest in mijn branche heb ik nimmer de onderhavige gang van zaken meegemaakt. Het in beslag genomen voertuig is in goede staat. Door de voorgenomen vernietiging gaat er een enorm economisch belang verloren. Normaliter vindt keuring plaats en vervolgens wordt het chassisnummer heringeslagen. [belanghebbende 1] wordt niet vervolgd ter zake van heling van de auto en kan zich mijns inziens dus niet beroepen op consumentenbescherming.

[betrokkene 1] namens [belanghebbende 1] B.V. verklaart, zakelijk weergeven, als volgt:

Er was een vrijwaringsbewijs behorende bij voormelde personenauto en zodoende is deze auto in de voorraad van [belanghebbende 1] opgenomen. [belanghebbende 1] heeft 7.750 euro betaald voor deze auto. Ik toon u de copie van de factuur van die financiële afwikkeling. Die auto behoort rechtsgeldig tot de voorraad van [belanghebbende 1] ."

3.3. De Rechtbank heeft de toewijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer als volgt gemotiveerd:

"Op 11 februari 2004 is door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren een onderzoek ingesteld bij garage- en autobedrijf [belanghebbende 1] , gevestigd aan de [a-straat 1] , [postcode] [vestigingsplaats] . Dit onderzoek zag op de in dit autobedrijf te koop aangeboden auto's. Ingevolge de artikelen 11 en 12 van de Douanewet is de alstoen en aldaar te koop staande auto, een personenauto van het merk Micro Compact Car Smart, type Smart, kleur rood, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1] , nader onderzocht op het identificatienummer (VIN) en het motornummer.

Blijkens het rapport, nummer 2004 053194, d.d. 23 februari 2004 opgemaakt door R. Erkens, verkeersongevalsanalist, deskundige A-etsen, werd op 17 februari 2004 door de afdeling Forensisch Technische Ondersteuning, bureau Technische- en Ongevallendienst van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, een onderzoek verricht naar de identiteit van voormelde personenauto. Op de dwarsbalk voor de rechter voorstoel werd een in plamuur vastgeplakt plaatje aangetroffen met het voertuigidentificatienummer [001] . Aan de hand van andere door de fabrikant aangebrachte identificatie mogelijkheden kon worden vastgesteld dat het door de fabrikant aangebrachte voertuigidentificatienummer moet zijn: [002] .

Bij controle van het kentekenregister bleek dat het voertuig met laatst voormeld voertuigidentificatienummer door de regiopolitie op 3 mei 2003 als ontvreemd werd gesignaleerd en dat voor het voertuig het Nederlandse kenteken [kenteken 2] is afgegeven.

Op de voor- en achterzijde van het voertuig waren kentekenplaten aangebracht met het kenteken [kenteken 1] . De rapporteur concludeert dat de onderzochte personenauto met het fabrieksmerk Micro Compact Car Smart, type Smart, voorzien van het nummer [001] in werkelijkheid de personenauto is waarin de fabrikant het nummer [002] heeft aangebracht. Door het veranderen van het voertuigidentificatienummer heeft men het voertuig een andere identiteit gegeven. Het voertuig is ontvreemd en omgekat.

Door de bedrijfsleider van [belanghebbende 1] B.V. is ten tijde van de in beslagneming van de auto verklaard dat de onderhavige auto behoort tot de bedrijfsvoorraad van [belanghebbende 1] B.V. en dat dit voertuig is ingeruild van een klant en voorts dat [belanghebbende 1] B.V. te goeder trouw was ter zake van de inruil van het voertuig.

Tijdens de behandeling ter terechtzitting op 2l januari 2005 heeft [betrokkene 2] voornoemd overgelegd een brief d.d. 2 november 2004 van [A] B.V. te [plaats] , gericht aan [belanghebbende 2] te [vestigingsplaats] , betreffende enige informatie over de diefstal van de in deze aan de orde zijnde personenauto en een akte van eigendomsoverdracht, gedateerd 14 mei 2003, waarbij [betrokkene 3] , eigenaar van een Smart, gekentekend [kenteken 2] , de eigendom van deze Smart op grond van de tussen hen gesloten verzekeringsovereenkomst heeft overgedragen aan de verzekeraar.

Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat de litigieuze in beslag genomen personenauto betreft een zogenaamde "omgekatte" auto.

Dergelijke "omgekatte" auto's", kunnen dienen tot de belemmering van de opsporing van fraude en bedrog ten aanzien van auto's. Onder de geschetste omstandigheden moet worden geoordeeld dat de in beslag genomen auto een produkt is van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafrecht en dat het een voorwerp betreft van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet en/of het algemeen belang, met name het voorkomen en tegengaan van de handel in omgekatte auto's. De vordering tot onttrekking aan het verkeer wordt toegewezen."

3.4. Het oordeel van de Rechtbank dat de inbeslaggenomen auto een voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, met name het voorkomen en tegengaan van de handel in omgekatte auto's, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat bij de behandeling in raadkamer namens [belanghebbende 2] B.V. is aangevoerd dat naar in de branche gebruikelijk is na keuring weer het oorspronkelijke VIN-nummer op het voertuig kan worden aangebracht.

3.5. De middelen zijn terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden beschikking;

Wijst de zaak terug naar de Rechtbank te Rotterdam opdat de zaak op de bestaande vordering tot onttrekking aan het verkeer opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2006.

De samenvatting en tekst komen ongewijzigd uit de officiële bron. Advocaatcassatie.nl voegt geen eigen inhoudelijke analyse toe.

Bekijk de volledige uitspraak