ECLI:NL:HR:2022:1951, Hoge Raad, 22-11-2022, 21/04049

Hoge Raad · 22 november 2022

Bron
Hoge Raad
Datum
22 november 2022
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1951

Samenvatting (officiële bron)

Seksueel binnendringen bij 16-jarig meisje dat blijft logeren bij verdachte en zijn vriendin en dat door overmatig drankgebruik in staat van verminderd bewustzijn verkeert door 36-jarige verdachte, art. 243 jo. 248.2 Sr. Bewijsklacht strafverzwarende omstandigheid “met de aan zijn zorg toevertrouwde” minderjarige. Kon hof oordelen dat verdachte de ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige? HR: art. 81.1 RO.

Volledige tekst van de uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

21/04049

Datum

22 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 september 2021, nummer 20-002546-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1

Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2

Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3

Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2022

.

De samenvatting en tekst komen ongewijzigd uit de officiële bron. Advocaatcassatie.nl voegt geen eigen inhoudelijke analyse toe.

Bekijk de volledige uitspraak